Wat is zonde?

Wat is zonde?

Wat zonde is kunnen we leren door te kijken naar Gods Wet. Gods Wet is een spiegel voor ons, waarin we kunnen zien dat we schuldig zijn aan het overtreden van Gods Wet. Met Gods Wet wordt meestal gedoeld op de Tien Geboden die God gaf, zoals beschreven staat in Exodus 20:1-17.

1. Toen sprak God al deze woorden, zeggende: Ik ben de Heere uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.
2. Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
3. Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.
4. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de Heere uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten;
5. En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden.
6. Gij zult den naam des Heeren uws Gods niet ijdellijk gebruiken; want de Heere zal niet onschuldig houden, die Zijn naam ijdellijk gebruikt.
7. Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt.
8. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen;
9. Maar de zevende dag is de sabbat des Heeren uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is;
10. Want in zes dagen heeft de Heere den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de Heere den sabbatdag, en heiligde denzelven.
11. Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de Heere uw God geeft.
12. Gij zult niet doodslaan.
13. Gij zult niet echtbreken.
14. Gij zult niet stelen.
15. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
16. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.

De Heere Jezus heeft deze geboden nog verder uitgelegd, Hij zei dat we al schuldig zijn aan overspel als we een vrouw alleen al aankijken om haar te begeren, en dat we schuldig zijn aan moord als we onze naast in ons hart haten.

Mattheüs 5:21-22 Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doden; maar zo wie doodt, die zal strafbaar zijn door het gericht. Doch Ik zeg u: Zo wie te onrecht op zijn broeder toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht; en wie tot zijn broeder zegt: Raka! die zal strafbaar zijn door den groten raad; maar wie zegt: Gij dwaas! die zal strafbaar zijn door het helse vuur.

Mattheüs 5:27-28 Gij hebt gehoord, dat van de ouden gezegd is: Gij zult geen overspel doen. Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aan ziet, om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan.

Hierin kunnen we zien dan we allemaal schuldig zijn aan het overtreden van Gods Wet. Wie van ons heeft immers nooit gelogen of iets gestolen? Nooit Gods Naam misbruikt, ten onrechte boos geweest op onze naaste, of met sexuele begeerte naar een man of vrouw gekeken buiten het huwelijk? Gods Wet laat ons zien dat we zondaren zijn, overtreders van Gods geboden.

De Bijbel verteld ons dat de Wet van Mozes goed is als hij wettelijk wordt gebruikt (1 Timotheüs 1:8). Voor welk doel was Gods Wet bestemt? Het volgende vers verteld ons: “dat den rechtvaardigen de wet niet is gezet, maar.. den zondaren” (1 Timothëus 1:9-10). Het geeft ons zelfs een lijst van zondaren: halsstarrigen, goddelozen, doodslagers, hoereerders, dien, die bij mannen liggen, mensendieven, leugenaars etc.
De Wet was allereerst bedoeld als een middel voor evangelisatie. Paulus schrijft dat hij “de zonde niet kende, dan door de wet” (Romeinen 7:7). De Wet van God (de Tien Geboden) is blijkbaar de “sleutel van kennis” die Jezus noemde in Lukas 11:52. Hij sprak toen tegen wetgeleerden, zij die Gods Wet hadden moeten onderwijzen zodat zondaren de “kennis van zonde” zouden krijgen en zodoende hun behoefte aan de Redder zouden zien.

Profetie spreekt tot het intellect van de zondaar, terwijl de Wet tot het geweten spreekt. De ene brengt geloof in het Woord van God voort; de ander brengt de kennis van zonde in het hart van de zondaar. De Wet van God is de van God gegeven “sleutel” om de Deur van de zaligheid te openen.

De Bijbel zegt in Psalm 19:7 “De wet des Heeren is volmaakt, bekerende de ziel.” De Schrift maakt het duidelijk dat het de Wet is die werkelijk de ziel bekeerd. Laten we, om de functie van Gods wet aan te tonen, eens een moment kijken naar de civiele wet. Stel je eens voor dat ik tegen je zou zeggen “Ik heb goed nieuws voor je: iemand heeft zojuist een snelheidsboete van €25,000 voor je betaald.” Je zou waarschijnlijk reageren door te zeggen “Waar heb je het over? Dat is geen goed nieuws, het is niet logisch. Ik heb geen snelheidsboete van €25,000.” Mijn goede nieuws zou voor jou geen goed nieuws zijn; het zou dwaasheid lijken. Meer dan dat, het zou beledigend voor je zijn, omdat ik insinueer dat je de wet hebt gebroken terwijl jij niet denkt dat dat het geval is.

Echter, als ik het op deze manier zou zeggen, zou het misschien logischer zijn: “Terwijl je vandaag onderweg was is je snelheid gemeten op 88km/u in een gebied wat was afgezet voor een congres van blinde kinderen. Er waren tien duidelijke waarschuwingsborden waarop stond dat 25 km/u de maximum snelheid was, maar je ging er dwars doorheen met 88km/u. Wat je deed was extreem gevaarlijk; er is een boete van €25,000. De wet stond op het punt om uitgevoerd te worden, toen iemand die je niet eens kende opeens tussenbeide kwam en de boete voor je betaalde. Je hebt erg veel geluk.”

Kan je zien dat door eerst precies te vertellen wat je verkeerd hebt gedaan, het goede nieuws in staat is om logisch te zijn? Als ik niet duidelijk maak dat je de wet hebt gebroken, dan zal het goede nieuws dwaas en beledigend lijken. Maar wanneer je begrijpt dat je de wet hebt gebroken, dan zal het goede nieuws inderdaad goed nieuws worden.

Het is net zoals wanneer ik een onberouwelijke zondaar benader en zeg “Jezus Christus stierf aan het kruis voor jouw zonden,” het dwaas en beledigend voor hem zal zijn. Het zal dwaasheid voor hem zijn omdat het niet logisch is. De Bijbel zegt “het woord des kruises is wel dengenen, die verloren gaan, dwaasheid;” (1 Korinthe 1:18). En het zal beledigend zijn omdat ik insinueer dat hij een zondaar is, wat hij niet denkt te zijn. Wat hem betreft zijn er veel mensen een stuk slechter dan hem. Maar als ik de tijd neem om te volgen in de voetstappen van Jezus, kan het logischer worden. Als ik de Goddelijke Wet opendoe, de Tien Geboden, en de zondaar precies laat zien wat hij verkeerd heeft gedaan – dat hij God heeft beledigd door Zijn geboden te overtreden – wanneer hij dan “van de wet wordt bestraft als overtreder.” (Jakobus 2:9), zal het goede nieuws van de betaalde boete geen dwaasheid zijn. Het zal niet beledigend zijn. Het zal dan “een kracht Gods tot zaligheid” (Romeinen 1:16) zijn.

Laten we met dit in ons achterhoofd eens kijken naar sommige functies van Gods Wet voor de mensheid. Romeinen 3:19 zegt: “Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.” Dus een functie van de wet is om onze mond te stoppen, om zondaren ervan te weerhouden om zichzelf te rechtvaardigen door te zeggen “Er zijn genoeg mensen die slechter zijn dan mij. Ik ben niet echt een slecht persoon.” Nee, de wet stopt de mond van zelfrechtvaardiging en stelt, niet alleen de Joden, maar de hele wereld schuldig voor God.
In Romeinen 3:20 lezen we, “Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.” Dus Gods Wet verteld ons wat zonde is. Ten eerste zegt 1 Johannes 3:4 “de zonde is de ongerechtigheid.” [Engelse vertaling: Zonde is de overtreding van de wet.] In Galaten 3:24 leren we dat Gods Wet functioneert als een tuchtmeester om ons tot Jezus Christus te brengen zodat we gerechtvaardigd zouden worden door het geloof in Zijn bloed. De Wet helpt ons niet; het laat ons alleen hulpeloos. Het rechtvaardigt ons niet; het laat ons alleen schuldig in het gericht van een heilig God.

Gods wet is heel belangrijk omdat het ons tot Christus brengt. Charles Spurgeon, de prins der predikers, zei eens, “Ik geloof niet dat enig mens het Evangelie kan preken die de wet niet preekt. De wet is de naald, en je kan de zijden draad van het Evangelie niet door het hart van een mens halen tenzij je eerst de naald van de Wet er doorheen prikt om er ruimte voor te maken.”

Maar wat heb ik eraan? Ik geloof niet in God of in een oordeel, dus wat maakt voor mij die wet nou uit? 

Net als een misdadiger die in de rechtbank wordt berecht van alles kan proberen om onder zijn straf uit te komen, proberen wij als mensen ook onder onze schuld en straf uit te komen. We denken dat als we maar geloven dat er geen rechtbank is, dat er geen rechter is, dat er geen rechtszaak tegen ons loopt en dat er niet zoiets is als een straf, dat het ook werkelijk allemaal niet bestaat. Maar ons ongeloof doet de realiteit niet teniet. Een rechtbank hier op aarde kan je misschien nog met veel moeite ontlopen, maar we kunnen God als onze Rechter uiteindelijk niet ontlopen. Na dit leven zullen al onze daden aan het licht komen, en zullen we door Hem geoordeeld worden, en ons ongeloof zal ons dan niet doen ontkomen aan de straf op de zonde.

Hebreeën 9:27 En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel.

Ja, dat zal allemaal wel, maar ik geloof niet in een hel.

Net als een misdadiger kan zeggen dat hij niet gelooft in een elektrische stoel, maakt zijn ongeloof niets uit op het moment dat het oordeel wordt geveld. Hij wordt simpelweg weggevoerd en de verdiende straf zal worden uitgevoerd, zijn ongeloof zal niets afdoen aan de realiteit. Zo ook met de hel of de uiteindelijke poel van vuur, Gods ‘gevangenis’ voor schuldige mensen en voor duivelen is een realiteit waar de Bijbel over spreekt. Het zal niet uitmaken of we er in geloven of niet, wanneer we schuldig worden verklaard (en schuldig zijn we allemaal) aan overtreding van Gods Wet, zullen we er heen moeten.

Openbaring 20:12-15 En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken. En de zee gaf de doden, die in haar waren; en de dood en de hel gaven de doden, die in hen waren; en zij werden geoordeeld, een iegelijk naar hun werken. En de dood en de hel werden geworpen in den poel des vuurs; dit is de tweede dood. En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in den poel des vuurs.

Bron: Ray Comfort & Kirk Cameron, The School of Biblical Evangelism